Rondreis Zuid-Noorwegen in de herfst.

We wilden zoveel mogelijk indrukken opdoen in een 10 daagse rondreis door Zuid-Noorwegen.
In de maanden vooraf hadden we dan ook een vrij strak reisschema gemaakt om al het moois waar iedereen over sprak en wat we op internet tegen kwamen, te gaan zien.
Het was onze eerste kennismaking met dit Scandinavische land.
We zijn met z'n tweeën, Herman, natuurliefhebber, specifiek bomen, en ondergetekende, amateur-natuurfotograaf.
Al lang was ik van plan om een keer naar Noorwegen te gaan om de specifieke Scandinavische herfstkleuren te fotograferen. Aangestoken door natuurfotografen welke me voor waren geweest en reisverslagen op het www, waaronder "Noorwegen een gevaarlijke liefde" en speciaal de verhalen en foto's van m'n goede vrienden Jan en Astrid Smit www.smitinbeeld.nl boekten we bij Buro Scandia de 10 daagse bungalow rondreis Olav.
Lopen gaat me slecht af dus een autorondreis heeft m'n sterke voorkeur boven wandelen. Al is dit laatste wel dé ultieme bezigheid om Noorwegen te verkennen volgens mij.

We vertrekken zondag 22 september 2002 om 10.00 uur uit Heerhugowaard om, om 19.30 de Stena boot in Kiel te halen welke ons naar Götenborg zal brengen. Kilometerstand bij vertrek Km 127322.
Zonder problemen, wel met erg veel regen, staan we om 15.30 uur (veel te vroeg) als eerste in rij 1 voor de boot klaar. Km 127870 = 548km.

Maandagmorgen.
Ik ga om 6.30 uur naar het dek om de opgaande zon boven de Zweedse kust te fotograferen, nét op tijd om mooie plaatjes te kunnen maken.

Ik sterf het wel even af van de kou…, volgende keer pet op en jas aan!
De binnenkomst van Gotenborg is erg mooi dankzij het schitterende zonlicht. Tussen de brug in de haven en schoorsteen van de boot zat nog zeker 1 meter ruimte, bij en hoogte van 46 mtr. Da's knap, en was best even spannend.
Onze eerste bungalow is in Nordseter, 14 km boven Lillehammer. We besluiten niet direct via Oslo daar naar toe te rijden, we willen het achterland van Noorwegen eerst even verkennen.
Via een boog willen we boven Oslo uitkomen en rijden via Sarpsborg (114) Askim (115) en Skønhagen (22) waarna we een schitterend uitzicht over het Øyeren meer hebben verder om via Illestrum weer op de E6 te komen. Onze eerste ervaring is dat we "inderdaad" (zoals voorspeld door Niels en Brenda) niet veel verder komen dan 50 á 60km per uur en dus het reisplan nú al moeten aanpassen om toch nog een beetje op tijd in Nordseter aan te kunnen komen. Via de (E6) rijden we door een indrukwekende natuur naar Lillehammer.
De sleutel zit in een envelop welke we in een kastje bij de (afwezige) receptie vinden en na een dag van mooie ervaringen gaan we lekker slapen in in onze prima bungalow. Km 128375 = 505km.


Dinsdag.
In Nordseter nemen we de tolweg naar Nysætra en Reina.
We rijden ook nog even een stukje langs het schitterende Reinsvatnet meer en na Sultra komen we uit op de beroemde Birkenbeinervegen, wederom een tolweg. Na wat rondzwervingen komen we weer uit bij Messelt op de (3).
De rit over de Birknbeinveie komt "overweldigend" over! Het is een redelijk te berijden (tol)weg (ook voor campers) door een werkelijk verschrikkelijk mooi glooiend gebied. Afgewisseld met vennetjes en schitterende kleuren.
Duidelijk is waar te nemen dat de bomengrens tot ongeveer 800 mtr. loopt. Het laatste stuk wordt afgesloten door de reeds bladloze Gewone Berk. Een aanblik welke we de gehele verdere reis zullen zien. Deze Berken (Berkjes) zijn relatief gezien klein, wat ook niet anders kan omdat ze als eerste hun blad kwijt zijn en pas laat nieuw blad krijgen. Weinig fotosynthese dus om te groeien. Het gebied voert door een hoogvlakte van rust en stilte. Heerlijk om te acclimatiseren en het drukke leven te doen vergeten.

In een flits zien we de Waterspreeuw zijn/haar voedsel zoeken in een stroomversnelling. Vol in de ankers en zeker 3 kwartier geobserveerd. De waterspreeuw zoekt zwemmend naar voedsel in stroomversnellingen en kan zich heerlijk gaan zitten mooi maken op een rotsblok. We konden dit alles prima waarnemen omdat ze dit aan ons liet zien op amper 25 mtr afstand!
Nadat we op de (3) zijn uitgekomen gaan we linksaf richting Kopang, hier even eraf, tanken en brood kopen en genieten van een cup of soup. We vervolgen de (3), een behoorlijk toeristische weg gezien de vele campings die we tegen komen en gaan dan de (219) op om tenslotte de (27) te pakken. Een mooie route langs het Atnsjoen (meer) en zicht op de bergpieken van het Nationaalpark; Rondane. Ongeveer 8km voor Foldall, bij Holen, gaan we linksaf om de tolweg: "Grimsdalen" te nemen. Deze tolweg is ongeveer 60km lang en voert bovenlangs het natuurgebied Rondane waarna hij via een behoorlijk spectaculaire steile weg afdaalt naar de (E6) bij Dovre.

Rondane is het oudste nationaalpark van Noorwegen, gedeeltelijk Alpine karakter. Aan de IJstijd herinnerende oeromstandigheden in groene en grijze korstmossen bedekte uitgestrekte puinrijke dalen. Hier en daar onderbroken door een glinsterend beekje. Het wordt ook wel het "Grijze dal" genoemd, naar de kleuren van het Korstmos.
Hadden we al een adrenaline stoot op de Birkenbeinervegen en met de Waterspreeuw gekregen, deze ervaring was nog weer mooier! 2de dag pas, dat gaat wat beloven!!
We hadden schitterend licht op de besneeuwde toppen van de Styghø (1858mtr) en de Vassbolgen (1856mtr) en we zagen 5 Ruigpootbuizerd's. Vooral de afdaling bij Dovre is net of je met een vliegtuig aankomt. De (E6) ligt als een klein weggetje diep beneden in het dal. Via deze (E6) gaan we weer terug naar Nordseter wat ons wel een beetje tegen viel qua afstand.
KM 128764 = 389 km.

Woensdag.
Die route van gister had ons behoorlijk bezig gehouden. Het licht (we reden tussen 16.00 en 18.30 uur over de Grimsdalen tolweg - net op tijd voor mooi fotowerk), het imposante en de magnifieke ambiance van kleur en ruigheid, dat we besloten het nog een keer te doen, maar dan vanaf de andere kant beginnend (E6 - Odda) met de zon in de rug, om daarna bovenlangs terug te keren via de (29) met misschien nog een bezoekje aan de Dovrefjell en de Muskusossen om daarna weer via de (E6) terug naar Nordseter te keren.
Onderweg eerst nog een uitstapje naar de Kvitskriduprestin, "Witte priesters" bij Otta.

Via de tolweg erheen en terug via de (11) naar de (E6). Mooi en even een lastige klimtocht te voet, maar wel erg indrukwekkend. Vanaf de (11) mooi uitzicht op de zuid zijde van de Rondane.
De rit door Grimsdalen van west naar oost is denk nog mooier dan gister. Verschrikkelijk mooi. We doen er weer erg lang over, staan om de 10 meter stil om te fotograferen of te genieten van het uitzicht.


Rond 16.00 komen we pas aan bij de Doverfjell, eerst kaartje bij de commandopost kopen waar ze ons nog wel even vertelden dat er geoefend werd, met scherp….
We worden via een omleiding het gebied in geloosd en na een ½ uurtje zien we in de verte, zowat geheel opgaand in hun omgeving, een paar Muskusossen. In eerste instantie konden we ze niet goed genoeg benaderen om te fotograferen, maar via een "tankpad" waar ons vervoermiddel (Laguna break) niet echt mee zat en nam als een tank. Zo kwamen we op ongeveer 50 meter afstand van ze. Om ze niet te verstoren hielden we het hierbij. Wát een belevenis, je kon ze recht in de ogen kijken (en zij ons…). We hadden een schitterende achtergrond in de vorm van de Digervarden met besneeuwde top en al ondergaande zon. Een ervaring om nooit te vergeten.

Moe maar voldaan kachelen we de ruim 200km (gaat wennen hoor die afstanden met 50 a 60km/uur) weer terug naar Nordseter, maar eerst nog even Macken in Lillehammer. Want het is inmiddels veel te laat voor ons potje Noodles. Km129276 = 512 km.


Donderdag.
Vandaag moeten we verkassen. Onze volgende bungalow staat in Kaupanger.
Via de (255) door het Gaus- en Espendalen naar Skåbu waar we de tolweg "Jotuheimerveie" nemen. De (255) vinden we na wat we gister en eergister gezien en beleefd hadden een "beetje saai". Echter vlak voor Skåbu begint de pret weer!
Eerst stijgen we flink waardoor we een schitterend uitzicht hebben over het dal en het meer Olstappen. Even voor de Jotunheimvegen begint komen we langs een stuk bos met een onwaarschijnlijk mooi mos tapijt met ertussen de helrode herfstkleuren van het Daslook. Ook komen we de eerste sneeuw tegen. We worden stil van al het moois dat we zagen. Fotografisch kon ik m'n lol op!!

Maar de mooiste ervaring tot nog toe moest nog beginnen van deze echt fantastische tolweg, ook best te doen met een camper trouwens. We hadden alle elementen der natuur mee, schitterend licht half bewolkte hemel, redelijk helder en een majestueuze natuur om ons heen. Het was echt te gek. Halverwege de weg nog even een bezoek gebracht aan een oude valkeniershut, kwartiertje lopen/klimmen maar was niet echt spectaculair, wel het uitzicht over de vlakte en Nedreheimdalsvatnet (meer). We vroegen ons nog af hoe de karakteristieke strepen in het veld kwamen, het leek wel begroeiing over de rotsen heen welke beperkt werd in de groei naarmate de wind er vat op kreeg, maar weten doen we het nu nog niet.

Tegen het eind wordt het alleen maar mooier en mooier, langs het Vinstre (stuw) meer stoppen we op het diepste punt van de route en hebben een schitterend uitzicht op de bergen achter Lykkestølen, een gehucht van een aantal (leuke) typisch Noorse huisjes, op de ook al typische gevormde besneeuwde Bygdinheim bergtoppen. Door al dit moois raken we wederom achter op schema en passen de route aan door de (51) af te zakken en via Lomen meteen de (E16) op te zoeken en naar Lærdal af te zakken. Maar ook hier komen we weer schitterende spelingen van zonlicht op de mooie gekleurde herfsttinten op de hellingen tegen. De Noorse Esdoorn kleurt hele vlakken goudgeel en af en toe een fantastisch rood/oranje gekleurde Lijsterbes tussen de gewone sparren en Grove dennen die met een accent van een streep zonnelicht er echt uitknalt, fotografisch een schitterende uitdaging waardoor we weer aanzienlijk achter op schema komen.
De eerste "magere" watervallen dienen zich aan en we vinden het nu al indrukwekkend. Borgund met zijn bekende stavekerke rijden we in gezwinde spoed voorbij. Bij Fodnes ligt de ferry al op ons te wachten en rond 20.30 uur arriveren we op het mooie bungalowpark Vesterland voorbij Kaupanger.
Km 129597 = 321 km.

Vrijdag.
Bewolkt, dat valt tegen maar mopperen doen we niet want onze vakantie kan eigelijk al niet meer stuk! We blijven voor de verandering maar eens even lekker liggen, tot 8 uur.
Na de koffie gaan we Sogndal even verkennen en wat boodschappen doen, o.a. wat penlightjes voor m'n camera. Da's wel even schrikken van de prijs… Trouwens die batterijtjes zijn niet het enige wat hier stervend duur is! Gelukkig hadden we als gezonde Hollanders voldoende eten mee genomen dus beperkten we ons tot een brood, wat vreselijk lekkere Noorse yoghurt en verrukkelijke pepermakreel...
Vandaag stond een bezoek aan de Nigardsbreen gletsjer op het programma.
Het regent een beetje maar dat nemen we op de koop toe.
We besluiten te voet vanaf het parkeerterrein bij de gletsjer, dus niet van af het bezoekerscentrum per boot, over het wandelpad naar de gletsjer te lopen. Dat wandelpad wordt echter snel een beetje bergbeklimmen over de mooie ronde rotsen en onze bergschoenen worden aardig op antislip getest. Nadat een groep schooljeugd met het bootje na een gletsjerafdaling opgehaald en afgevoerd is, zijn we de enige twee mensen bij de Gletsjer.
Het is spookachtig mooi en de afscheiding met STOP wordt uiteraard genegeerd om nog dichter bij de gletsjer te kunnen komen. 3mtr stond ik er vanaf en durfde echt niet verder, het duizelde me gewoon. Zo groots en trots lag die gletsjer daar langzaam te smelten. De top was in de mist gehuld, rechts denderde er een stuk rots naar beneden en de miezerige weersomstandigheden gaven het geheel een illustere beleving. Nog wel wat opnames van een ijsgrot en structuur van het onder grot druk in elkaar geperste ijs kunnen fotograferen.

Bij het bezoekerscentrum gingen we na deze schitterende ervaring links, het eind van de (604) opzoeken. Volgens de kaart zouden we bij een gletsjesmeer Styggevatnel uit moeten komen, 1200 mtr hoog. Een adembenemende rit met schitterend uitzicht door het Jostedøla. We komen uiteindelijk in de mist of laaghangende bewolking terecht bij een parkeerterrein (iets moet er dus te doen zijn hier) en gaan lopend verder. We komen een kunstmatige dam tegen maar kunnen maar 5 mtr ver zien, ook een radiomast struikelen we in de mist nog zowat over maar voor de rest niets te zien of te vinden. We gaan weer terug over de smalle, steile weg met veel haarspeldbochten.
Terug op de (55) gaan we via Gaupne nog even richting Luster. Er moet daar een waterval van 238 mtr hoog zijn die we ook aan de overkant van de Lustrafjord zien vallen bij Feigom. Ook hier speelt de zon toch nog weer even mee en zet, of het zo zijn moest, de waterval alleen even in het zonnetje. Een mooi gezicht, maar wat ver weg. 20.30 uur zitten we weer aan de Noodles. Km 129814 = 217 km.

Zaterdag.
Rondje Jostedalsbreen. Volgens m'n berekeningen zou dit zo ongeveer de langste rit van de vakantie worden, ruim 500km. En dat in Noorwegen waar we nu echt wel wisten dat 50km/u redelijk is te noemen dus 10 uur sturen konden we wel op rekenen.
Via de (55), nu naar het westen gaan we bij Leikager de ferry op naar Dragsvik waar we de (13) pakken. We tellen meer dan 100 watervallen in een schitterende, herfst gekleurde natuur. Die (13) is echt aanbevelingswaardig en anders dan op de A6 of A36 kan je hier rustig even stoppen om te genieten (en te fotograferen) van de natuur.


Schitterende vergezichten, een hoop haarspeldbochten en zoals gezegd verschrikkelijk veel watervallen, de één nog imposanter dan de andere. Aangekomen bij de (E39) gaan we links> Bij Byrkjelo rechts (missen we eerst, staat maar één wat klungelig bordje) de (60) op. Bij Olden nog "even" een bezoek aan de beroemde Brigsdalbreen gedaan, waar we, in de regen ook al de enige 2 waren. Wij vonden de Nigardsbreen echter mooier, maar goed hier was een mooie waterval en nog 2 gletsjers dus is het wat grootser allemaal. Maar ook bij mooi weer en in het zomer seizoen stervend druk met Japanners en de rest van de wereld denken we. Terug op de (60) gaan we rechts richting de (15) en Lom. Een prima weg en we schieten aardig op, bij Lom is het echter al wel donker en 2 aardige dames weten ons te vertellen dat er wel een goed restaurant is in Lom, maar géén Mac en dat doet een beetje pijn.

Bij Lom gaan we dus in donker aan de (55) beginnen richting het westen. Dat viel aardig tegen. Donker, mist en regen met talloze haarspeldbochten en een naar beneden vallende temperatuur, van 11 naar 2 graden. Stokken van een meter of 3 langs de weg om de komende sneeuwgrens aan te geven dus al met al kunnen we spreken van een stevige rit waar alle concentratie gevergd werd. Toch ook hier, midden in de nacht intussen, een adrenaline verhogende ervaring. Een sneeuwuil vliegt een meter of 10 met ons mee in het licht van de koplampen. Dit was een ervaring om slechts op te bergen in het geheugen, fotograferen was helaas uitgesloten. Maar het maakte de dag weer helemaal TOP. Km 130822 = 590 km, iets meer dan verwacht. En voor de ontspanningzoekende vakantieganger niet aan te raden. Maar wel een machtige ervaring!

Zondag.
Even rustiger aan (denken we). Vandaag een rondje Jotunheimer met als doel o.a. de tolweg welke de (55) met de (53) verbind door het Berdalen en Fardalen. We vinden de (55) echter zo'n belevenis in de flarden mist en met toch wel wat meer licht dan zo'n 10 uur geleden, dat we besluiten door te rijden naar Lom. We genieten weer van de prachtige natuur en zien nu gelukkig wel dat het een fantastisch gebied is. Kenmerkend is de groene kleur van Korstmossen op de rotsen welke een Opper viking een miljoen jaar geleden her en der neergegooid heeft. Het is net of ze aan het dobbelen zijn geweest met stukken rots van rond de 10 ton!


Korstmossen zijn eigenlijk wel een heel bijzondere vorm van leven. Het groeit daar waar iets anders eigenlijk geen levenskansen heeft door gebrek aan voedsel, kou of droogte. We zeggen wel eens dat het een bewijs van schone lucht is daar waar Korstmossen gedijen, maar of dit wel waar is weet ik niet zeker want het gebruikt de omgeving niet primair om te overleven. Het zijn schimmeldraden waartussen groene, rode, zwarte, grijze of gele algencellen en -draden liggen welke de Korstmossen de karakteristieke kleur geven. De schimmels ontrekken aan de algen de voor de groei noodzakelijke koolhydraten die door de algen via fotosynthese worden omgezet en de algen ontrekken aan de schimmels water en zouten.

Bij Lom gaan we rechts de (15) op en bij Tessanden weer rechts de (51) op. Dit is een prachtige weg met schitterende uitzichten op de Jotunheimer. Ook zien we hier tussen Gjendeshelm en Valdresflya nog een kudde rendieren, we schatten 150 a 200 stuks. Even verder zakt de moed me echter in de schoenen, we komen uit op het punt waar we 3 dagen eerder de Jotunheimer tolweg verlieten, dat betekend dus nog een aardig eind over de (E16) naar Lærdal en Fodnes waar we een ferry moeten zien te halen waarvan we niet weten tot hoe laat en of die überhaupt nog wel vaart. De (E16) is goed te rijden op wat wegwerkzaamheden na, en 21.20 staan we op de (verkeerde) afvaartplaats waar het verrekte stil is. Geen ferry dus. Vlak bij een hotel waar op informatie jacht gingen naar ferry of kamer (!!) waar we gelukkig te horen kregen dat om 21.30 uur een ferry ging (net weg dus) en dan weer om 22.30 uur, en wel vanaf Fodnes en niet vanaf Lærdal (!!!). Dat werd dus een uurtje wachten. Maar we konden gelukkig nog aan de andere kant komen. Toch was ook dit een mooie rit en met de rendieren nog in het achterhoofd konden we rustig gaan slapen. Km 130822 = 418 km.

2de week.
Maandag.

We moeten weer verkassen en wel naar Geilo. Over deze dag kunnen we kort zijn. Het is een rit van ongeveer 400 km (via Bergen), waarvan 100km in tunnels, 100km in de mist, 100 km in de regen en het laatste stuk, boven de Hardangervidda op de (7) gelukkig weer ietsje beter weer en wat zonlicht. Te laat echter om de beroemde Vørinfossen met een bezoek te vereren.
Geilo is niet meer dan een hoop hotels en appartementen rondom een groot skigebied. Z'n naam en faam verworven tijdens de Olympische spelen van 1994 (net als Kaupanger en Lillehammer). Geilo is echter ook een prima uitvalbasis voor het (lopend)verkennen van de Hardangervidda. Er zijn niet veel wegen welke echt het gebied in gaan. De rit naar Geilo toe is er echter wel een om nog eens over te doen, maar dan in mei - juni. Je rijdt door de fruithoek (appel en perenbomen) van Noorwegen heen en vooral het stuk langs de Hardangerfjord over de (7) moet bij mooi weer adembenemend zijn.
Onderweg kom je hier ook bij Nordheimsund de waterval tegen waardoor je onderdoor kan lopen wat we ook gedaan hebben.
Km 131218 = 396 km.

Dinsdag.
Mist.

We zien ons genoodzaakt de Hardangervidda achter ons te laten en via de (40) richting Kongsberg en de opklaringen te gaan. Noem het maar een verkennend rondje Telemark.
We rijden door het mooie, maar nog bewolkte Numedal. Toch prikt de zon gaande weg even door de wolken heen waardoor de prachtige herfsttinten schitterend tot uiting komen op de hellingen. Vooral de Europese Larix, Lijsterbes, Noorse Esdoorn en Spaanse Aak zorgen voor een magnifiek kleurenspel. En hier kwam ik tenslotte voor. De Velvia's werden met grote snelheid door m'n camera getransporteerd en de ene na de andere "nog" mooiere plaat werd geschoten. Een schitterende weg. Vlak voor Kongberg slaan we rechtsaf de (37) op naar Ormemyr, hier gaan we links om aan de westkant van het Tinnsjå Tinnsjø meer te kunnen komen om de sporadisch te voorschijn komende zon, in de rug te krijgen. Door het mooie Jondalen komen we uit bij Rolag waar we rechts de (364) op gaan en bij Austbygdi links weer richting de (40) waar je bij Bjørkeflåta weer op die (40) komt. Vanaf Austbygdi verlaat je het schitterende bomengebied en kom je weer in aanraking met de Hardingavidda, welke we links in de laaghangende bewolking verscholen kunnen zien liggen. Ook hebben we rechts mooie hellingen, rood - wit gekleurd door de Daslook en Rendieren- en Bekertjesmos. Ook enkele dode Berglemmingen zien we liggen, wat op de aanwezigheid van de Sneeuwuil kan duiden. Het is ook de biotoop waar deze voorkomt, net als eerder het gebied op de (55). Km 131551 = 333 km.

Woensdag.
Weer dikke bewolking, mist en regen! Typisch herfstweer zullen we maar zeggen maar voor ons niet echt bruikbaar. Alle plannen die we hadden de Hardanger in te gaan, gaan overboord en we besluiten om via de (7) af te zakken naar Bromma. Hier gaan we rechtsaf de (287) op het Eggendal in. De zon laat zich af en toe weer zien en wéér krijgen we schitterende herfsttinten voorgeschoteld.


We gaan eens kijken welke bomen die pracht en praal nu eigenlijk veroorzaken. De Europese Larix, Noorse Esdoorn Spaanse Aak hebben we al eerder gezien, maar ook de Gele Berk, Cornus, Rode Cornus Brewers Treurspar, Grove Den, Stika Spar en Zwarte Den kan Herman ontdekken en determineren. Ook de Ratel Populier (Esp) met zijn dunne bladsteel waardoor de bladeren het typische ratelgeluid kunnen produceren haalt hij er uit. Een toch weer mooie rit welke nog een klimax bereikt nadat we met een zowat lege tank de laatste helling voor Geilo uit de mist opduiken in werkelijk "schitterend" zonnig en onbewolkt weer.
Het is 17.45 en de zon laat zich met heel mooi licht van zijn beste kant zien. We gooien er bij de plaatselijke pomp heeel snel 15 liter diesel in en gaan met gezwinde spoed de (7) op richting het westen waar we proberen bij een punt te komen vanwaar we de Hardangervidda kunnen overzien en fotograferen. Dat lukt net niet, de zon zakt achter de bergen en nog nét kunnen we wat maken van die laatste zonnestralen welke over het Ustevatnet scheren. Voldaan maar niet helemaal tevreden gaan we richting bungalow. Km 131907 = 356 km.

Donderdag.

De laatste dag. Om 17.30 moeten we in Oslo zijn om met de boot naar Fredrikshaven af te varen.
Het heeft behoorlijk hard gevroren en het is schitterend weer. Wat te doen? Terug de (7) op en alsnog de Vidda in? Of de (40) weer afzakken en de mooie weg bij Bjørkeflåta weer in slaan? We kiezen voor het laatste en zoeken de door het Daslook roodgekleurde hellingen weer op. De verwachte "rijp" op de bladeren is echter net ontdooid als we er aankomen, maar desondanks toch nog wel mooi fotowerk kunnen maken. Ditmaal gaan we bij Bokko links af om nu rechts om het Tinnsjå Tinnsjø meer heen te gaan. Ook dit is weer een heel mooie rit, welke wel weer in de mist eindigt op het mooiste punt tussen Ormemyr en Jondal. Vlak voor Kongsberg komen we weer op de (40) en gaan richting Oslo waar we uiteraard veel te vroeg aankomen en we ons toch afvragen waarom we toch niet de Hardangervidda ingegaan zijn. Maar goed daar is het nu te laat voor. Km 132159 = 252 km.

 

Vrijdag.
07.30 komen we aan in Fredrikshaven. Het is 's avonds heel gezellige met live muziek en allemaal vrolijke mensen. Aan boord van zo'n kolos is toch altijd een schitterende ervaring ondanks m'n eigen 20 jarige zeemansloopbaan geniet ik er weer van. Het eerste pilsje na 12 dagen smaakt niet echt lekker en is ook hier aan boord nog steeds stervends duur. De overtocht met de "Tanzbote" is wat rumoerig dankzij een stel Denen die écht niet kunnen slapen. Tegen 04.00 uur val ik gelukkig toch nog even in slaap.
De rit door Denemarken doet ons na de imposante natuur van Noorwegen niet veel meer. We rijden de (E45) zonder problemen af en na 1 file bij Bremen en wat oponthoud bij Groningen en Joure, zijn we 18.00 uur weer thuis. Het weggedrag moet ik wel weer even aan wennen hoor, wat was dat toch lekker relaxed in Noorwegen.
Km 133115 = 956 km, totaal 5793 km.

Resumé.
Een schitterende, kilometervretende, tocht door zuid Noorwegen. Gemiddeld rond de 350km per dag in dit land is niet echt wat je noemt "je van het". Deels komt dit omdat we 3 vaste basis (bungalows) plaatsten hadden. Dat heeft als nadeel dat je altijd weer terug moet, maar als echt heel groot voordeel dat je 2 of zelf 3x een route kan rijden en alles eruit kan halen wat er in zit! En aan de andere kant waren onze doelen niet bepaald vlakbij de basis gelegen. Je zult ook van autorijden moeten houden, anders is van A naar B naar C aanbevelingswaardiger. Wij waren met de mogelijkheden die we hadden gekregen bij deze reis, dik tevreden. Het was de laatste verzorgde reis die we konden vinden en bracht ons toch redelijk daar waar we wilden zijn. Het doel, "Herfstkleuren in Noorwegen fotograferen" was meer dan overtroffen.

Wat hebben we gezien?
Vogels: Kramsvogels >100, Wittekwikstaart > 10, Ruigpootbuizerd 5, Groenespecht 3, Raaf >10, Koolmees >20, Pimpelmees 2, Winterkoning 3, Waterspreeuw 5, Bontekraai >50, Ekster >50, Putter >20, Sneeuwuil 1, Geelkwikstaart 1, Grote Aalscholver >10 - Juv 1-, Boomklever 1, Taigaboomkruiper 2, Auerhoen >5 (groepje wegvliegend), Vlaamse Gaai 2, Matkop 2, Brilduiker groep >10, Blauwe reiger (in fjord ?!?!, wat zoeken ze daar) 2, IJseend 3, Merel >5, en nog een hele hoop gehoord maar de geluiden kunnen we nog niet definiëren.

Bomen: Europese Larix, Lijsterbes, Ruwe berk, Gele berk, Gewone berk, Dwerg berk, Kruipwilg, Cornus, Rode cornus, Gewone spar, Breweers treurspar, Grove den, Struik den, Sitka spar, Zwarte den, Ratel populier (Esp), Noorse Esdoor, Spaanse aak en Waterwilg.

Bloemen en mossen: Melige sleutelbloem, Grasklokje, Daslook (rode herfstkleuren), Rendiermos en Bladmos, Struikmos, Baardmos (berenharen in de takken), Landkaartmos en Bekertjesmos waarbij op sommige plaatsen de rode puntjes al te voorschijn kwamen.
Diversen: Eland 1, Vos 1, Vliegenzwam 2, Eekhoorntjesbrood >50, Jeneverbesstruikjes, Eikvarens (laatste stadium), groep rendieren >150, dode Berglemmingen (marmotachtige) >5.